Beroepsprocedure stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsvergunningen
Deze procedure geldt:
- voor alle gemeenten in Oost-Vlaanderen en
- voor alle beslissingen genomen door het college van burgemeester en schepenen vanaf 1 september 2009 of
- voor alle aanvragen ingediend vanaf 1 september 2009 en waarvoor het college van burgemeester en schepenen geen beslissing heeft genomen binnen de decretale termijnen
Hoe correct beroep instellen?
TopHoe je correct beroep instelt vind je terug in art. 4.7.21 van de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening aangevuld met het besluit van de Vlaamse Regering van 24/7/2009 tot regeling van sommige onderdelen van de administratieve beroepsprocedure inzake stedenbouwkundige of verkavelingsvergunningen.
Om je op weg te helpen zijn de in deze beide teksten opgenomen regels hieronder samen weergegeven.
Helemaal onderaan deze pagina vind je een link naar dit uitvoeringsbesluit en naar de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, voor wie de wetteksten zelf eens wil nalezen.
Wie kan beroep instellen?
Top- de aanvrager van de vergunning
- elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks hinder of nadelen kan ondervinden
- procesbekwame verenigingen die optreden namens een groep wiens collectieve belangen door de bestreden beslissing zijn bedreigd of geschaad
- de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar
- de adviserende instanties op voorwaarde dat zij tijdig advies hebben verstrekt of ten onrechte niet om advies werden verzocht.
Termijn
TopIndienen van het beroep moet gebeuren binnen 30 dagen:
- door de aanvrager de dag na de betekening van het afschrift van de uitdrukkelijke beslissing of de kennisgeving van de stilzwijgende beslissing
- door de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar of adviserende instanties de dag na de betekening van het afschrift van de beslissing of de kennisgeving
- elke andere belanghebbende (natuurlijk persoon, rechtspersoon of procesbekwame vereniging) de dag na deze van de aanplakking
Als stelregel voor de berekening van de vervaltermijnen wordt voor aangetekende zendingen onder betekening verstaan de aanbieding van de zending, dewelke geacht wordt te gebeuren de eerste werkdag na datum van de poststempel van de ter post aangetekende brief. Onder aanbieding wordt verstaan het eigenlijke aanbieden van de aangetekende zending door de postdiensten en niet de feitelijke kennisneming ervan door de partij op een later tijdstip.
De termijn gaat in de dag na deze van de betekening. De vervaldag wordt in de termijn begrepen. Een zondag of wettelijke feestdag verlengt de termijn om een stuk in te dienen bij de Raad tot de eerstvolgende werkdag waarop de postdiensten open zijn.
Indienen beroepsschrift
TopHet beroepschrift moet op straffe van onontvankelijkheid ingediend worden via een beveiligde zending (aangetekend of tegen ontvangstbewijs) bij:
De deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen
t.a.v. Dienst Ruimtelijke Vergunningen
W. Wilsonplein 2
9000 Gent
De indiener van het beroep bezorgt gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan de aanvrager van de vergunning en aan het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet zelf de indiener van het beroep zijn.
Van deze beveiligde zendingen aan de aanvrager en aan het college wordt, op straffe van onontvankelijkheid van het beroep, een bewijs bezorgd aan de deputatie. Dit bewijs wordt best bij het beroepschrift gevoegd maar mag ook nagestuurd worden.
Eveneens moet het beroepschrift ingediend door de aanvrager of een natuurlijk persoon of rechtspersoon of een procesbekwame vereniging, op straffe van onontvankelijkheid, vergezeld zijn van het bewijs dat een dossiervergoeding van 62,50 EUR betaald werd, behalve als het beroep gericht is tegen een stilzwijgende weigering. De dossiervergoeding is verschuldigd op rekening van de provincie op het rekeningnummer : 091-0005494-91 (IBAN : BE23 0910 0054 9491 , BIC GKCCBEBB ).
Vermeld bij je overschrijving een mededeling die als volgt opgebouwd is: beroep RO2-gemeente-naam aanvrager (eventueel naam andere beroepinsteller) -datum beslissing.
Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroepschrift gedagtekend en bevat:
- de naam, de hoedanigheid en het adres van de indiener van het beroep, en, in voorkomend geval, zijn telefoonnummer en mailadres
- de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van deze beslissing
- een inhoudelijke argumentatie in verband met de beweerde onregelmatigheid van de bestreden beslissing.
Indien de indiener van het beroep een natuurlijke persoon of rechtspersoon is die rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen kan ondervinden ingevolge de bestreden beslissing, omvat het beroepschrift tevens, op straffe van onontvankelijkheid, een omschrijving van deze hinder of nadelen.
Indien de indiener van het beroep een procesbekwame vereniging is, vermeld in artikel 4.7.21, §2, 3°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, omvat het beroepschrift ook, op straffe van onontvankelijkheid, een beschrijving van de collectieve belangen die door de bestreden beslissing zijn bedreigd of geschaad alsook een afschrift van de statuten van de vereniging.
Indien de indiener van het beroep de aanvrager is van de vergunning, of indien het beroepschrift uitgaat van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar of een adviserende instantie, vermeld in artikel 4.7.16, §1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt het beroepschrift zo mogelijk vergezeld van een kopie of afdruk van de bestreden uitdrukkelijke vergunningsbeslissing respectievelijk van de kennisgeving van de bestreden stilzwijgende vergunningsbeslissing.
Indien de indiener van het beroep de aanvrager is van de vergunning, en het beroep gericht is tegen een stilzwijgende weigeringsbeslissing die door de gemeente ten onrechte niet ter kennis werd gebracht, voegt de indiener van het beroep een kopie of afdruk toe van de beveiligde zending waarmee de vergunningsaanvraag werd ingediend evenals een kopie van het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek, vermeld in artikel 4.7.14, §2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in zoverre dat beschikbaar is.
Indien het beroep niet wordt ingesteld door de aanvrager van de vergunning, de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar of een adviserende instantie, vermeld in artikel 4.7.16, §1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt aan het beroepschrift het attest van aanplakking, vermeld in artikel 4.7.19, §2, derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, toegevoegd, in zoverre dat beschikbaar is.
Indien de indiener van het beroep een procesbekwame vereniging is, vermeld in artikel 4.7.21, §2, 3°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt aan het beroepschrift een afschrift van de statuten van de vereniging toegevoegd.
De indiener van het beroep kan aan het beroepschrift de overtuigingsstukken toevoegen die hij nodig acht. De overtuigingsstukken worden door de indiener van het beroep gebundeld en op een inventaris ingeschreven.
De indiener van het beroep en de aangewezen provinciale ambtenaar mogen zich bij het overmaken van de afschriften van het beroepschrift op grond van artikel 4.7.21, §4, tweede lid, en §6, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening beperken tot het eigenlijke beroepschrift en de inventaris, zonder de overtuigingsstukken, indien het kopiëren van de overtuigingsstukken niet toegelaten is op grond van de regelgeving inzake auteursrechten of indien het formaat of de aard praktische problemen stelt.
Is dit niet het geval dan moeten de overtuigingsstukken steeds naar alle partijen meegestuurd worden.
Horen
TopIndien een beroepsindiener wenst gehoord te worden geeft deze dit aan in zijn beroepschrift.
De andere betrokken partijen -de aanvrager, de gemeente en de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar- kunnen dit eveneens vragen en doen dit na ontvangst van de ontvangstmelding van de provincie, die tevens een kopie van het beroepschrift bevat. Indien één van de partijen vraagt om gehoord te worden, worden alle partijen uitgenodigd.
De hoorzittingen vinden plaats op dinsdagvoormiddag, 9 dagen voor de geplande beslissingszitting in het provinciehuis (Gouvernementstraat 1, Gent). Per uur worden 10 dossiers opgeroepen.
De uitnodigingen met vermelding van het uur en de plaats worden verstuurd 14 dagen voor de hoorzitting.
Tijdens de hoorzitting, waarop ook de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar aanwezig is, wordt het dossier ingeleid door de bevoegde gedeputeerde, die de hoorzitting voorzit. De aanvraag wordt kort gesitueerd en de argumenten van de partijen overlopen. Daarna krijgen de partijen elk om beurt het woord om zo nodig ontbrekende of nieuwe elementen aan te reiken, of de hoofdlijnen van hun argumenten te onderstrepen. Ten slotte is er nog ruimte voor een korte repliek.
Gelet op de beschikbare tijd en op de verplichting het beroepschrift te motiveren, verlopen deze hoorzittingen vrij snel. Het is bijgevolg aangewezen kernachtig uiteen te zetten wat de belangrijkste punten zijn en ervoor te zorgen dat het beroepschrift zo volledig als mogelijk is. Er kan verwezen worden naar de argumenten die in het beroepschrift opgenomen zijn, maar deze moeten niet meer volledig herhaald worden. Aanvullende stukken met nieuwe elementen kunnen neergelegd worden.
Het verslag van de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar wordt pas opgemaakt na de hoorzitting, opdat de relevante elementen die tijdens de hoorzitting aangereikt worden in rekening zouden kunnen worden gebracht.
Contact
De deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen
t.a.v. dienst Ruimtelijke vergunningen
W. Wilsonplein 2
9000 Gent
tel.09 267 75 70
stedenbouw@oost-vlaanderen.be